Sociaal Compendium Arbeidsrecht - Corpus - Vorming van de werknemer 

Hoofdstuk V. INTERPROFFESIONELE OPLEIDINGSDOELSTELLING


3155

Artikel 9 t.e.m. 21 Wet Werkbaar en Wendbaar Werk (W)

KB van 5 december 2017 houdende uitvoering van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk (KB)
  

3156 Interprofessionele opleidingsdoelstelling
(art. 11 W)

Met ingang van 1 januari 2017 geldt een interprofessionele opleidingsdoelstelling van gemiddeld 5 dagen opleiding per voltijds equivalent per jaar. De “5-dagen doelstelling” moet echter niet onmiddellijk gehaald worden. Vanaf 1 januari 2017 moet wel al worden voorzien in gemiddeld 2 dagen opleiding per jaar per werknemer. Daarnaast moet worden voorzien in een groeipad waarin het aantal opleidingsdagen wordt verhoogd om de “5-dagen doelstelling” te realiseren.

Deze interprofessionele opleidingsdoelstelling is ingesteld door de Wet Werkbaar en Wendbaar Werk. Zij komt in de plaats van de interprofessionele opleidingsdoelstelling van 1,9 % van de loonmassa die was bepaald in artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2020-2021, nr. 850).

De Wet Werkbaar en Wendbaar Werk beoogt zowel formele als informele opleidingen.

Onder formele opleidingen wordt verstaan: door lesgevers of sprekers ontwikkelde cursussen en stages. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van organisatie van de opleider of opleidingsinstelling. Ze gaan door op een plaats die duidelijk van de werkplek gescheiden is. Ze richten zich tot een groep cursisten en vaak wordt een attest verstrekt dat de opleiding gevolgd werd. De opleidingen kunnen ontwikkeld en beheerd worden door de onderneming zelf of door een extern organisme (art. 9 a) W).

Onder informele opleidingen wordt verstaan: de opleidingsactiviteiten, andere dan deze hierboven bedoeld die rechtstreeks betrekking hebben op het werk. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van zelforganisatie door de individuele leerling of door een groep leerlingen met betrekking tot de tijd, de plaats en de inhoud, een inhoud die gekozen wordt volgens de individuele behoeften van de leerling op de werkplek, en met een rechtstreeks verband met het werk en de werkplek. Ook de deelname aan conferenties en beurzen voor leerdoeleinden valt daaronder (art. 9 b) W).

Er is uitdrukkelijk bepaald dat het opleidingsaanbod betrekking kan hebben op de materies van het welzijnsbeleid zoals bedoeld bij de Welzijnswet Werknemers (art. 17 W).

 


 

 

 

>